S I T E   M A P
HOME
     
Deze website is van de Bewonersorganisatie
   
Tuinhuisje Timorstraat
Poederdot in de Archipel
Gezocht informatie over Persbureau Matla
Kunstzaal Kleykamp
Zwembad Mauritskade
Sjoerd Schamhart (1919 - 2007)
Het verhaal van Den Haag
Ontstaan van de Wijk
Schuddegeest 150 jaar
Monument Plein 1813
Exercitieterrein Alexanderkazerne
Berichten uit de vorige eeuw
Lezing Henk Schmal
   
 

     

Een schuilplaats in Amsterdamse stijl 

foto: Walther & Marian Wind

In 1939 wordt de dreiging van een gewapend conflict met Nazi-Duitsland steeds groter. Medio september mobiliseert de overheid het Nederlandse leger. Op de hoek van de Timorstraat en de Malakkastraat woont de familie Rinkhuizen in een fraaie stadsvilla. Ze denken na over een veilige schuilplaats, want een huis kan instorten bij een luchtaanval. Daarom wordt in de uiterste hoek van de voortuin een schuilkelder gebouwd. Later in de Tweede Wereldoorlog zou dat een bunker gaan heten. Aan de buitenkant is er niets van te zien. De tuinkant toont een vriendelijk withouten prieel, aan de straatkant uitgevoerd in rode baksteen met verdiepte voegen en groene gepotdekselde planken. De architect werkte in de stijl van de Amsterdamse school. Ook de aansluitende sierhekken zijn trouwens het aanzien waard. Over dit fraaie prieel is vast nog meer informatie te verkrijgen. Is de schuilplaats ooit werkelijk gebruikt? Zit het gebouwtje gedeeltelijk in de grond verstopt? De redactie speurt verder!

  terug naar boven
 

 

Kwam Poederdot regelmatig op de hoek van Riouwstraat en Borneostraat?


Ik ben Nico Groot en ben vanwege mijn hobby (tekenen en schilderen) op zoek naar informatie over de kleurrijke dame die tussen 1955 en 1970 regelmatig met haar opoe- fiets tussen haar woonplaats Voorburg en Den Haag fietste. Ik verzamel die informatie om naast een tekening en een schildering over haar ook een lezing aan haar te wijden. Het gaat om Anna Maria Petronella van der Lubbe (1899- 1985); ook wel Poederdot of Koningin van Voorburg genoemd.
Er zijn veel stukjes over Poederdot op internet te vinden (google). Inmiddels heb ik al aardig wat anekdotes over haar verzameld bij Voorburgers n.a.v. oproepjes in enkele weekkranten, oproepjes door Omroep West en uit archieven. In een van de reacties wordt vermeld dat Anna regelmatig te zien was bij een pand op de hoek van de Riouwstraat en de Borneostraat. Anna zou volgens de reacties en archiefstukjes ook zangeres zijn en piano spelen. Dat zou op diverse lokaties plaats gevonden hebben o.a. in Den Haag maar waar is echter niet bekend. Ik zou het erg fijn vinden als iemand mij iets meer over haar verblijf in de Archipelbuurt kan vertellen.   Met vriendelijke groet,   Nico Groot M 06 405 827 39 grootergad@tele2.nl

Wie was Poederdot?

Het is al weer enkele weken geleden dat ik met mijn onderzoekje naar de levenswandel van Anna Maria van der Lubbe , ook wel Poederdot genoemd, in de Archipelbuurt terecht kwam.
Bewoners van de wijk wisten mij te vertellen bij wie ik terecht kon voor de website van de Archipelbuurt.
Van enkele bewoners in de Archipelbuurt kreeg ik behoorlijk interessante informatie met name over haar muzikale achtergrond. Juist over die achtergrond was tot op heden weinig bekend.
Zo vertelde een bewoner van het Schakelpunt (Florencezorg) mij dat Anna Maria enkele grammofoonplaten heeft laten maken.
Diezelfde man bracht mij ook op het spoor naar het archief waar die platen zich bevonden.
In dat archief bevonden zich maar liefst 7 grammofoonplaten 78 toeren die rond 1945 zijn vervaardigd.
Bovendien wist een inwoner van de Archipelbuurt mij te vertellen dat Poederdot regelmatig op visite kwam bij de internationaal bekende operazanger Reginald Bourlier (1887) die op de hoek van het Prinsevinkenpark en de Riouwstraat woonde op Riouwstraat 38.
Ook werd verteld dat Anna haar band een keer liet plakken door een fietsenmaker in de Borneostraat; ze kwam daarna af en toe langs voor een praatje omdat de vader van die fietsenmaker een groot charmeur was en altijd , voor haar, leuke opmerkingen over haar kleding en haren maakte!
Al met al was het de moeite waard om op aanwijzingen van enkele oudere bewoners een route uit te stippelen waar Poederdot soms destijds kwam.
Er is echter ook nog wel enige onduidelijkheid overgebleven inzake de lokatie van de juiste woning van de heer Bourlier.
Volgens goed ingelichte bron had deze heer een pand in de Riouwstraat 38 maar in het telefoonboek van 1948 staat dat hij woonde in de Balistraat 105…

  terug naar boven
 

 

Kunstzaal Kleykamp, de geschiedenis van een vooroorlogs instituut

Wij wonen in een buurt met vele verhalen. Eén ervan is vastgelegd in een monumentaal boek, Kleykamp - de geschiedenis van een kunsthandel ca. 1900-1968.  In Museum Beelden aan Zee vond vrijdag 31 oktober de officiële presentatie plaats. Burgemeester Jozias van Aartsen, zich tegenover een zaal vol genodigden omstandig verontschuldigend voor het feit dat hij drie kwartier te laat was, mocht het eerste exemplaar in ontvangst nemen.

De wortels van Kleykamp liggen in Rotterdam. In 1909 werd verhuisd naar Den Haag, omdat daar het kunstklimaat gunstiger was. ‘En dat is nog steeds zo’ liet de burgemeester in zijn speechje niet weinig lokaalpatriottisch weten. Hij gaf de stad dan ook goede kansen te worden uitgeroepen tot Europa’s Culturele Hoofdstad 2018, wat een welwillend lachje ontlokte aan zijn publiek.

Na aanvankelijk gevestigd te zijn in de Oranjestraat werd in 1916 een villa van landhuisachtige allure betrokken op de plek waar nu de NIBC Bank kantoor houdt, dus pal tegenover het Vredespaleis. Hier groeide Kunstzaal Kleykamp uit tot een nationaal toonaangevende kunsthandel. Kunstenaars zoals Jan Toorop, Vincent van Gogh, en schilders van de Haagse School hebben er geëxposeerd. Maar ook een beroemde dilettant als koningin Wilhelmina. Openbare figuren van naam kwamen regelmatig langs voor een lezing. Er is het smakelijke incident rond Jan Toorop en Louis Couperus. De schilder eiste dat zijn werk verwijderd werd uit de zaal waar de schrijver een voordracht zou houden. Hij wenste zijn heilige scheppingen niet bloot te stellen aan de praatjes van een lichtzinnige schrijver.

In 1941 werd Huize Kleykamp geconfisqueerd door de Duitsers. Die achtten het pand uitermate geschikt om er het Centrale Bevolkingsregister en daarmee de duplicaten van alle uitgegeven persoonsbewijzen in onder te brengen. Zo kon de bezetter snel en moeiteloos vaststellen of een persoonsbewijs al of niet vals was. Een maatregel waar vele verzetsstrijders en onderduikers onder hebben geleden.

Op 11 april 1944 viel het gebouw op advies van de illegaliteit ten prooi aan een precisiebombardement van de RAF. Een recente aflevering van het televisieprogramma Andere tijden en Wikipedia leren dat daarbij 61 medewerkers omkwamen. Ook een deel van de Alexanderkazerne aan wat toen nog Laan Copes van Cattenburch heette (nu Burgemeester Patijnlaan) werd getroffen. Na de oorlog werd een nieuw onderkomen betrokken, aan de Anna Paulownastraat, maar al gauw bleek dat het gedaan was met het instituut Kleykamp. Met het bombardement was kennelijk ook de ziel getroffen.

Met Kleykamp – de geschiedenis van een kunsthandel ca. 1900-1968 is een Haags verhaal (en dan ook nog eens uit onze eigen Archipelbuurt!) van grote kunsthistorische en geschiedkundige waarde vastgelegd. Hoed af voor de auteurs.

HB, november 2008   

  terug naar boven
 

 

Haagsch Persbureau Matla

opgericht door Haagse journalist Jean Hubert Matla    

een kleine geschiedenis door Pelle Matla


Het Haagsch Persbureau was een informatie- en documentatiedienst, gevestigd in Den Haag. Het werd in 1927 opgericht en sloot in 1995 zijn deuren. Toch wordt de documentatie van dit curieuze bureau - ruim twee miljoen krantenknipsels, opgeslagen in houten bakjes -  nog dagelijks geraadpleegd. Het Haagsch Persbureau vormt een opmerkelijk hoofdstuk uit de Nederlandse pershistorie.

Op www.archipelbuurt.nl is najaar 2008 een verzoek om informatie geplaatst.

Gezocht: herinneringen over het Haagsch Persbureau Matla

Haagsch Persbureau Matla, van1927 tot 1995 gevestigd in het pand Riouwstraat 138 met mej. Huberts (r) en mej. Kortekaas (l) , januari 1977, Haagsche Courant; HGA

Het Haagsch Persbureau Matla bestond al voor de oorlog en werd opgericht door journalist J.H. Matla. Zijn bureau voorzag met name katholieke kranten in Nederland van kopij en informatie. In de oorlog koos het persagentschap de kant van de ondergrondse. Na de oorlog zette Matla zijn persbureau voort. Gevestigd in de Riouwstraat 138 kreeg het de functie van informatie- en documentatiecentrum voor de pers. Toen J.H. Matla overleed, zetten twee van zijn medewerkers, mej. Huberts en mej. Kortekaas, het bureau voort. Deze dames stonden in journalistieke kringen beter bekend als 'de Dames Matla'. Zij beheerden het persbureau tot in de jaren negentig. In 1995 sloot het zijn deuren.


Kerst 2009 is een artikel van Pelle Matla (geen familie!) in Den Haag Centraal verschenen, evenals in het journalistenvakblad Villamedia. Op zijn website zijn die stukken na te lezen. Klik hier.


Pelle Matla

Matla Media  www.matlamedia.com

Anna Paulownaplein 13, 2518 BK Den Haag
070 8876656 / 06 54 22 46 91

  terug naar boven
 

 
Afscheid van het oudste zwembad

DEN HAAG - Zwembad De Mauritskade gaat dicht. Het ruim 130 jaar oude bad met de karakteristieke zuiltjes maakt plaats voor een nieuw sportcentrum.

   archieffoto AD HC

Het oude bassin moet daarin terugkeren. Maar Caesar Sport’s wordt niet de nieuwe exploitant. Wie wel is onbekend.

Het is uitverkoop in het zwembad aan de Mauritskade. Een spandoek aan de gevel meldt dat de laatste dagen zijn aangebroken om delen uit de inventaris te kopen. Morgenmiddag sluit het zwembad en fitnesscentrum van Caesar Sport’s om plaats te maken voor nieuwbouw.

Menig Hagenaar zal met weemoed terugdenken aan het bijna 125 jaar oude bad. Zwemmen in de voormalige ’s-Gravenhaagsche zwem- en badinrichting Mauritskade stond gelijk aan baantjes trekken in Couperiaanse ambiance. Hoewel niet alle historische details behouden zijn gebleven en de laatste eigenaren het zwembad hebben opgevrolijkt met tropische kunstplanten en sfeerverlichting, waart de sfeer van het ’fin de siècle’-verleden er nog altijd rond.

Hoewel het zwembad tot de oudste van het land behoort, heeft het nooit een monumentale status gekregen. Toch heeft de laatste eigenaar Hans van Os zijn nek uitgestoken om het oudste deel van het zwembad te laten terugkeren in de nieuwbouw. De gietijzeren pilaren, de karakteristieke kapspanten en de ronde boogjes aan de zijwanden worden dan ook niet verkocht. Toen Van Os het oude complex in 1997 kocht, had hij grootse plannen. Er zouden onder meer een saunacomplex met kuurbaden, een zonnecentrum en squashbanen in komen. ,,Het heeft allemaal meer tijd gekost dan ik toen kon bevroeden,’’ zegt hij. ,,Bovendien bleek het gebouw in een te slechte staat te verkeren om mijn plannen te realiseren. Met de nieuwbouw ontstaat het soort sportcentrum dat ik altijd voor ogen heb gehad. De mensen die hier al sinds jaar en dag komen vinden het jammer dat het huidige gebouw tegen de grond gaat, maar het is gewoon versleten. Een complex als dit gaat normaal gesproken een jaar of dertig, veertig mee. Ter illustratie: dit zwembad is van 1883.’’

Onder zijn leiding verloor het zwembad zijn zelfstandige functie. Om er een baantje te kunnen trekken moest je lid zijn van de sportschool. Het sportbad dat eveneens deel uitmaakte van het complex, werd gesloopt. ,,Het mag geen nieuws heten dat het exploiteren van een particulier zwembad een kostbare zaak is,’’ zegt Van Os. ,,Door de economische recessie hebben we in de branche van sportscholen sowieso een paar moeilijke jaren meegemaakt,’’ vult Hans van Os aan.

De sloop en nieuwbouw vallen samen met de komst van het Hilton Hotel op de hoek van de Zeestraat. Toch gaat het volgens Van Os om twee zelfstandige projecten. Onder het nieuw te bouwen sportcomplex komt een parkeergarage voor 200 auto’s. Het naburige hotel heeft al een optie genomen op een aantal parkeerplaatsen. De rest moet soelaas bieden aan het tekort aan parkeervoorzieningen in dit deel van de binnenstad. Welke sportschool in het nieuwe complex komt, is nog niet bekend. Oorspronkelijk zou de Britse keten David Lloyd er zich vestigen, maar die heeft zich door een gewijzigde bedrijfsstrategie teruggetrokken.

Door NICO HEEMELAAR (AD november 2006)

  terug naar boven
 

 
Vlaggen Couperusduin halfstok
Sjoerd Schamhart (1919 - 2007)

Op 7 augustus 2007 overleed architect Sjoerd Schamhart. Op de dag van zijn begrafenis hingen te zijner nagedachtenis beide vlaggen op het terrein van Couperusduin halfstok. Hij was immers - samen met Hans van Beek - de ontwerper van dit prachtige, uitzonderlijke wooncomplex aan de Burgemeester Patijnlaan.
Het ontwerp van dit complex, bestaande uit huurappartementen, vertoonde een zodanige diversiteit dat de toenmalige Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Hans Gruijters, het ontwerp bestempelde met "experimenteel" met als gevolg dat extra financiële steun door het Rijk werd verleend.

 


De makelaar, in 1975 belast met de verhuur van de appartementen in het eerste gedeelte, verwachtte dat de woningen onverhuurbaar zouden zijn, omdat ze allemaal anders waren. Maar de makelaar had het mis. De huurappartementen bleken meer dan aantrekkelijk! Degenen die uiteindelijk in Couperusduin voor een appartement in aanmerking kwamen, konden hun geluk niet op. Een aantal van hen woont nog steeds in het door hem/haar uitverkoren appartement, hetzij ook nu nog als huurder, hetzij inmiddels als eigenaar. Wie naar het gebouw kijkt, ziet onmiddellijk dat het een bijzonder ontwerp betreft. Nel Kars, voorzitter van de Huurdersvereniging, heeft het treffend beschreven in een boekje ter gelegenheid van '25 jaar Couperusduin':
'Zo ongewoon van bouw, indeling, aanzien. Zo kasteelachtig mooi en parkachtig romantisch. …. Couperusduin is vooral de vreugde van het goede wonen.' Dat hebben ook vele latere bewoners ervaren.
De Archipelbuurt mag zich gelukkig prijzen een complex met een zodanige uitstraling tot haar wijk te mogen rekenen. Sjoerd Schamhart is hiervoor grote dank verschuldigd.

Monica Philippi (een van de eerste bewoners in 1975)

  terug naar boven
 

 
"Het verhaal van Den Haag"

Vanaf 10 mei '07 heeft Den Haag er een nieuwe attractie bij. 'Het verhaal van Den Haag' is een tour waarbij men wandelend, onder begeleiding van een gids van 't Gilde Den Haag, kennis maakt met de Haagse geschiedenis in al haar facetten. Hiermee is het een originele aanvulling op het bestaande toeristisch cultuuraanbod van de stad. De tour is niet alleen voor individuele bezoekers, maar juist ook om (internationale) nieuwe bewoners van Den Haag, individueel of in groepsverband, kennis te laten maken met hun nieuwe woonomgeving.

'Het verhaal van den Haag', standaard in Nederlands en Engels, start met een rondleiding door het Haags Historisch Museum en uitleg over het ontstaan van Den Haag, haar architectuur en haar bewoners. Aansluitend wandelen de deelnemers via de historische binnenstad en het Mesdagkwartier naar Panorama Mesdag,waar de bezoekersde magie van het zinsbegoochelende panorama ondergaan en uitleg krijgen over Hendrik

Willem Mesdag en over de Haagse School. Op aanvraag is de tour in andere talen mogelijk.

Het programma wordt van 10 mei t/m 30 september 2007 elke donderdag en zondag aangeboden. Het vertrek is om 13.30 uur vanaf het Haags Historisch Museum (Korte Vijverberg 7) en eindigt bij Panorama Mesdag (Zeestraat 65) om 16.00 uur. De kosten bedragen € 17,50 p.p. Kinderen ontvangen zowel bij het Haags Historisch Museum als bij Panorama Mesdag een attentie.

Kaarten voor deelname aan 'Het verhaal van Den Haag' zijn telefonisch te bestellen via de afdeling Reserveringen van Den Haag Marketing & Events: 070 - 338 5800 en online via www.denhaag.com. De Kaarten zijn ook te koop bij één van de VVV-kantoren: VVV Den Haag (Hofweg 1), VVV City Mondial (Wagenstraat 193) en VVV Scheveningen (Gevers Deynootweg 1134). Vooraf reserveren wordt aanbevolen.

 

  terug naar boven
 

 
Ontstaan van de wijk

Een wandeling met Frans Beekman De zon schijnt en de speeltuin is vol met spelende kinderen en moeders als we beginnen te lopen.
Frans Beekman is historisch-geograaf. Hij spreidt een landkaart uit op de grond in het bos en laat zien dat het kustgebied vroeger een smalle strook zand was met daarachter veen en klei uit de Maas. Vanuit de zee groeide de kust aanvankelijk aan met zand en zo ontstonden de strandwallen, die nu nog onder de duinen en de stad liggen. Ooit was de kust bij Ypenburg.
Rijswijk en Voorburg liggen op zo'n strandwal.
Aanvankelijk groeide de kust dus aan en later begon ze weer af te kalven. Het weggeslagen zand waaide landinwaarts en vormde de jonge duinen, voor en over de oude duinen.
Het Scheveningse Bos was jong duin: een golvend landschap, wild, met konijnen, bijen, bramen en allerlei eetbaars.

In de 17e eeuw was Den Haag een klein dorpje. Het hield op bij de Mauritskade. Daar begon het duingebied. In de duinweiden lieten de mensen koeien grazen. Waar nu het Indisch Huis staat aan de Javastraat, tegenover de Zeestraat, stond in die tijd de herberg Schuddebeurs, in zo'n duinweide. En een eindje verderop waar nu de Joodse Begraafplaats ligt, kun je nog zien hoe zo'n duinweide eruitzag. In de tijd van de Inquisitie kwamen hier joden uit Duitsland en uit Spanje. Zij kochten de weide om er een begraafplaats te maken. Je had de Duitse joden, die waren arm en de Spaans-Portugese joden, dat waren rijke kooplieden; op de begraafplaats liggen ze gescheiden begraven.

De oost-west wegen in de stad liggen op de strandwallen, zoals de Laan van Meerdervoort. Daar was de grond stevig, zodat je er direct kon bouwen. De Mauritskade ligt niet op een strandwal, die loopt door een lagere strandvlakte. Vanaf daar tot aan de jonge duinen lag een enorm gebied met duinweides. Die waren rond 1800 in het bezit van boeren.
De boeren voerden gemengde bedrijfjes. De weiden werden begraasd door koeien en paarden. Paarden kon je verhuren en van de koeien kreeg je melk. Met de mest maakten ze de tuinbouwgrond vruchtbaar. Om de grond te kunnen bebouwen met groenten voor de stad werd het zand afgegraven tot een halve meter boven het grondwater. Het zand kon men verkopen voor straataanleg. Het zand werd met platbodems afgevoerd via zijtakken van de Haagse Beek. Het verlengen van de vaarten en het afgraven van zand ging gelijk op. Dat afgraven noemden ze afzanden. Op de afgezande stukken werden tuinen aangelegd. De Bankastraat werd naar beneden toe afgezand.
In het hele gebied rondom de Bankastraat en de Frederikstraat was toen tuinbouw. Het Cantaloupenburg heeft er zijn naam aan overgehouden, een cantaloup is een soort meloen. Rond 1850 was de Riouwstraat nog tuingebied.

Vanaf de 19e eeuw hadden we een koning. Koning Willem I en koning Willem II kochten de duinweiden van de boeren op en maakten er jachtgebied van. Er kwamen paleisjes op het Noordeinde, de Kneuterdijk en het Lange Voorhout. Er moet een conflict geweest zijn, want daarna komt ergens een grenspaal, die de grens aangeeft tussen het staatsgebied of domein en het jachtgebied van de koning. We lopen nu langs de Kerkhoflaan. Langs het fietspad staat een stenen grenspaaltje met de inscriptie 'privatieve jagt van de koning'. Aan de andere kant van de paal staat 'domeinen'. De koning mocht jagen tot die paal. Later verkochten de Oranjes dat land voor stadsuitbreiding en daar zijn ze zo rijk van geworden.
Waar nu het Prinsenvinkenpark ligt, lag een vinkenbaan. Het was een plek in het duin, waar ze netten spanden, die je kon laten omklappen. Vinken en leeuweriken, op weg naar het zuiden, streken daar neer en dan klapten ze het net dicht. Zo vingen ze wel 200 vogeltjes op een dag. Die werden gegeten, het was een delicatesse, voor bij de borrel.

De koning bouwde een manege bij Plein 1813, op de plaats waar later een kerk is gebouwd. Dat is nu het gebouw van de VNG. Later verkocht de koning het hele Willemspark en toen kwamen er villa's rond het plein, waar ministers woonden en ambassadeurs.
Rond 1875 begint de stedelijke ontwikkeling. De Alexanderkazerne werd gebouwd, waar nu Couperusduin ligt. Dat bracht allerhande volk met zich mee. Officieren, soldaten, stokers, wasvrouwen. Je kunt het nog zien aan de straten. In de brede straten, de Riouwstraat en de Laan Copes, met de grote huizen woonden de hoge officieren, in de kleine straten en de hofjes het gewone volk.

We zitten intussen in de zon op een muurtje in de Riouwstraat. Frans laat een ansichtkaart zien van de Alexanderkazerne. Achter de poort lagen hoge gebouwen met drie verdiepingen. Er waren paardenstallen, hooizolders, soldatenverblijven. Op de binnenplaats lag een veld met zand, daar werden paarden getraind. Op het Alexanderveld aan de overkant, waar nu het politiebureau staat, oefenden de soldaten met paarden en kanonnen.

Rond 1910 werd het paleisje van Anna Paulowna afgebroken ten behoeve van het Vredespaleis. Het Tolhuis aan het begin van de Scheveningseweg werd opgeheven. De weg werd een vrije doorgaande weg naar Scheveningen voor dagjesmensen uit de stad. En de andere kant op voor vissersvrouwen die hun vis kwamen verkopen. De tolhekken zijn in 1924 verplaatst naar de Kerkhoflaan. Daar staan ze nu tegenover de Katholieke Begraafplaats, aan de ingang van de Scheveningse Bosjes.

We zitten op het muurtje van de flats aan de Riouwstraat, de plek waar in de oorlog een V2, afgevuurd in het Scheveningsebos richting Engeland, uit de koers raakte en terugkeerde.
'Die V2's waren raketten', zegt Frans.'Weet je hoe lang die erover deden om in Londen aan te komen? Vijf minuten! Met die kennis hebben ze later de ruimteraketten gebouwd.'
Als je na de oorlog in 1945 op de Kerkhoflaan ging staan, met je rug naar het kerkhof, zag je een kale vlakte. De mensen uit de stad hadden alle bomen hier gerooid in de hongerwinter. Frans kwam hier in die tijd zelf als kind ook sprokkelen met zijn moeder.

In 1950 werd het stadhuis gebouwd naast het Alexanderveld. Nu ligt daar het witte complex van Bofill. Een ansicht van het toen nog nieuwe stadhuiscomplex vond hij in een kraampje op het Bankafeest deze zomer.
In deze buurt, zegt Frans, kun je nog zien hoe het er hier vroeger uit heeft gezien. Er zijn nog plekken waar alles hetzelfde is gebleven, zoals op de Joodse Begraafplaats. Precies nu wordt de muur om de begraafplaats hersteld. We klimmen op een boomstronk en kijken langs de afscheiding over de oude duinweide. Langs de Pioenweg, bij de Savornin Lohmanlaan is een klein reservaatje, daar kun je ook nog zien hoe Den Haag er vroeger uitzag. Daar kun je ook niet in, maar je kunt wel over het hek kijken om een indruk te krijgen.

MJH, september '05

  terug naar boven
 

 
Schuddegeest 150 jaar

Op 13 maart 2005 was het 150 jaar geleden, dat door de 'Vereeniging tot verbetering der woningen van de arbeidende klasse' de eerste 18 woningen van het complex Schuddegeest in Den Haag werden opgeleverd. De naam Schuddegeest vond zijn oorsprong in de 16de eeuw, het landgoed omvatte het hele gebied dat nu Archipelbuurt heet.

Schuddegeest was het eerste wooncomplex van de op 1 maart 1854 opgerichte Vereniging. Na intensieve onderhandelingen met de eigenaar kon op 27 april 1854 een strook grond van 150 meter lang en 20 meter breed aan de Laan van Schuddegeest, de tegenwoordige Javastraat gekocht worden voor een prijs van f 3.800. Architect Saraber maakte verscheidene ontwerpen. Uiteindelijk werd gekozen voor een ontwerp met 18 woningen in twee bouwlagen ieder bestaande uit een woon- en een slaapkamer, een toilet en een kraan aan de buitenmuur. Bij de aanbesteding bleek de door de architect geraamde prijs van f 765 aan de lage kant, want de laagste inschrijver kwam uit op een prijs van f 860 per woning. In 1855 werd nogmaals een serie van 18 woningen opgeleverd en in 1856 nog eens een serie van twintig. Secretaris Van der Heim kon in het jaarverslag over 1855 met genoegen aan de leden meedelen, dat 134 personen een geschikte en gezonde woning hadden gekregen. Hij constateerde voorts dat de bewoning zindelijk was: 'Elk beijvert zich zijnen kleinen tuin in orde te brengen, zijne ramen van nette gordijnen te voorzien en alles een enigszins deftig aanzien te geven. Hetzelfde zien wij binnenshuis, en die bekend is met de dompige vertrekken in de achterbuurten, waar toch ook de meeste van onze huurders woonden, zal verbaasd zijn over de verandering die hier heeft plaatsgevonden."

De huurprijzen waren voor die tijd hoog, de prijs voor een kleine benedenwoning bedroeg
f 1,25 per week en voor een grotere bovenwoning f 1,40. Ondanks de hoge prijzen was het geen enkel probleem de huisjes te verhuren. Teneinde te laten blijken dat alle huurders tot de arbeidende klasse behoorden kwam in ieder jaarverslag een opgave van de beroepen, zoals kleedenkloppers, lakeien, lantaarnaanstekers en klapwakers.
Hoewel elke woning een sekreet had, bleef het een probleem dat er geen goed functionerend rioolstelsel was. Pas in 1875 ging de gemeente Den Haag zich beraden over een oplossing van dit probleem.

Behalve de bouw, begin 1900, van een tweede verdieping boven een van de blokken is er uiterlijk niet veel veranderd aan Schuddegeest. De binnenzijde echter wel. Veel woningen zijn in de loop der jaren met behoud van het oorspronkelijke karakter gerenoveerd en aangepast aan de moderne wooneisen. Nog steeds vinden er regelmatig renovaties plaats. De huurprijzen zijn uiteraard van een heel ander niveau dan in 1855 en liggen tussen € 350 en € 550. De 55 woningen worden nog steeds bewoond door werkenden zoals jonge starters, verpleegsters, jonge advocaten, maar ook door ouderen.

Hoewel niet gebouwd als een traditioneel hof, heeft Schuddegeest met de rustieke ligging achter de drukke Javastraat en de door hagen omgeven tuintjes volledig het karakter van een hof. Een bezoek aan Schuddegeest, dat in1990 de status kreeg van Rijksmonument is zeer de moeite waard. De Vereniging, die sinds december 2004 de 'Koninklijke Haagse Woningvereniging van 1854' heet, organiseert in september 2005 ter gelegenheid van het 150 jarig bestaan van Schuddegeest wandelingen door de Archipelbuurt, waarbij naast Schuddegeest ook de twee andere hofjes van de Vereniging in de Archipelbuurt, Schelpstraat en Paramaribostraat, zullen worden bezocht.

  terug naar boven
 

 
Monument Plein 1813

De Nederlandse maagd, onderdeel van het 'nationaal gedenkteken voor 1813' op het Plein 1813, heeft een schoonheidsbehandeling ondergaan bij bronsgieter Bert Binder in Haarlem. In de Haagsche Courant van 9 april 2004 stond een artikel over de schoonmaakbeurt van alle beelden van het monument van de hand van Danny Verbaan: "De koning en de maagd liggen tijdelijk in Haarlem".
Door uitlaatgassen en de zilte zeelucht is de beeldengroep ernstig verontreinigd. Er hing een doffe zwarte sluier over de beelden. "De beelden zijn sterk verweerd en vervuild, aldus Bert Binder, "maar we zorgen ervoor dat de details weer zichtbaar worden, dat de beelden weer gaan spréken".
Begin april zijn de beelden van hun sokkel getakeld en bij Binder afgeleverd. Met een machine met krachtige borstels wordt het vuil verwijderd, waarna de beelden in de was worden gezet en uitgepoetst. Daarna gaat er nog een doek overheen zodat de beelden weer gaan glimmen.
Het monument van Plein 1813 is opgericht ter ere van de bevrijding van de Franse overheersing die achttien jaar heeft geduurd. De terugkeer van prins Willem VI, de latere koning Willem I, markeert het begin van het Koninkrijk der Nederlanden in 1813.
Het monument is in 1869 onthuld en zag er hetzelfde uit als nu. Wel werden in de jaren vijftig de beelden wegens slijtage vervangen. Op de sokkel staan vier beelden en een beeldengroep. Helemaal bovenop staat de fiere Nederlandse maagd met naast haar de Nederlandse leeuw. Aan de stadzijde staat koning Willem I, die de eed aflegt op de Grondwet. Aan de Javastraatkant is het Driemanschap te zien dat de terugkeer van de prins voorbereidde: Gijsbert Karel van Hogendorp, graaf Van der Duyn van Maasdam en graaf Van Limburg Stirum.
Aan beide zijkanten zijn vrouwenfiguren geplaatst die de godsdienst en de geschiedenis personifiëren.

  terug naar boven
 

 
Archipelbuurt heeft al 45 bordjes uit de vorige eeuw

In de wijk Archipelbuurt/Willemspark hangen inmiddels 45 bordjes met berichten uit de vorige eeuw.

Het project in het kort: Mensen en organisaties melden een bijzondere Haagse gebeurtenis uit de vorige eeuw bij de Stichting 'Berichten uit de Vorige Eeuw' (BudVE). Zo'n melding moet onderbouwd worden met tekst en - indien mogelijk - met foto's of tekeningen. Zo'n 'Bericht' kan over van alles en nog wat gaan.De Stichting BudVE beoordeelt de aanvraag. Wordt het bericht erkend als een 'Bericht uit de Vorige Eeuw', dan wordt een bordje vervaardigd en opgehangen op de plek waar de gebeurtenis heeft plaatsgehad. Het bordje bestaat uit een herkenbaar logo en een korte tekst.

Mensen die het 'Bericht' in de wijk zien hangen en meer informatie willen, kunnen op de website www.budve.nl meer lezen over het 'Bericht'. Als materiaal voor de website dienen de materialen van de aanvraag (tekst, foto's, tekeningen). Natuurlijk kan ook gekeken worden bij andere 'Berichten uit de Vorige Eeuw'.

Is uw belangstelling misschien gewekt en is de vraag "Heeft u een idee voor een bericht?" op u van toepassing?
U kunt het bij BudVE aanmelden. Klik op Aanmelden op de website van de Stichting en lees de voorwaarden.

  terug naar boven
 

 
Op het Burgemeester De Monchyplein lag vroeger het exercitieterrein van de Alexanderkazerne.

Tussen 1953 en 1996 stond daar het Stadhuis van Den Haag.

 

 

Het Stadhuis uit 1953

Op de BudVE pagina van het internet is de hele geschiedenis van de plek waar nu het Burg. De Monchyplein ligt, beschreven: www.budve.nl

  terug naar boven
 

 

Verschil moet er zijn

Verslag lezing Henk Schmal.

Op 1 november '03 werd ik met zo'n 35 buurtgenoten in de Vredeskapel welkom geheten door de heer Vos van de Bewonersorganisatie. Deze wilde nieuwe en oude buurtbewoners kennis laten maken met de 19e eeuwse Haagse stadsuitleg in het algemeen en de plaats daarin van Archipel en Willemspark in het bijzonder.
Dit werd toevertrouwd aan de heer Henk Schmal, docent aan de Universiteit van Amsterdam en sociaal geograaf. En zeer gekwalificeerd voor dit onderwerp, gezien zijn proefschrift over de Haagse stadsuitleg. In zijn verhaal stond de tegenstelling tussen zand en veen centraal. Al rond 1580 was het hofkwartier rond het jachtslot en dicht bij het zandige Haagse Bos te onderscheiden van het 'dorp', aan de andere kant van de huidige Parkweg, grotendeels op veengrond. Na 1850 was er steeds meer behoefte aan extra huizen voor de groeiende bevolking en werd er systematisch via grootschalige projecten aan stadsuitleg gewerkt.

Archipelbuurt
De Archipelbuurt was daarvan het eerste voorbeeld. Met de nieuwe huizen was het de bedoeling om vermogende lieden binnen te halen. Zowel tussen Den Haag en Scheveningen als tussen Den Haag en de Vliet werden uitbreidingen gerealiseerd. Dure en mooie huizen aan Oranjeplein en Huijgenspark moesten ook aan de 'veenkant' zorgen voor welgestelde bewoners. Maar deze, veelal rijk geworden in Indië, hadden toch een voorkeur voor het gezondere zand als ondergrond. Hierop gebouwde huizen waren droger, men was er niet bevattelijk voor malaria en andere ziektes. De grote huizen aan het Oranjeplein werden gesplitst en aan eenvoudiger lieden verkocht of verhuurd.
Rond 1870 woonden er al 1.000 mensen in wat nu de Archipelbuurt is (er stonden toen alleen nog maar enkele hofjes). In 1880 al 3.500 en in 1890 zo'n 8.000 (vergelijk nu: 7.000). Veel hoofdbewoners zonder beroep en niet van Haagse origine. Het rechthoekige stratenpatroon had dezelfde structuur als de daarvoor op deze plek gelegen moestuinen.

Willemspark
Het Willemspark had in 1880 zo'n 4.000 inwoners, nu geslonken tot 1.500. De riante villa's in het voormalige koninklijke park werden bewoond door hoge ambtenaren, hovelingen, of burgemeester. Daarnaast weer veel mensen zonder beroep, ofwel renteniers. De neogotische stijl was toentertijd vooral in Engeland populair, en vond in koning Willem II een warm pleitbezorger. Hij sloeg zelf aan het ontwerpen, maar de gebouwen waren niet erg degelijk. Van de lange gevelrij in deze stijl vanaf het Noordeinde (de Gotische zaal rest er nog) tot aan de huidige Nassaulaan is alleen de Willemskerk plus aanbouwen nog over. Eerst was dit gebouw manege (aan de stadsrand gelegen), toen kerkgebouw, tenslotte kantoor van de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Een ontwikkeling die in zekere zin tekenend is voor de functies in de wijk.

Duinoord en Belgisch Park
Nieuwe buurten als Duinoord en Belgisch Park streden ondertussen om de gunst van de uit Indië terugkerende of met verlof zijnde nieuwe Hagenaars. Het voordeel van 'op zand gebouwd' werd door de projectontwikkelaars breed uitgemeten. Ook over een school voor middelbaar onderwijs werd gestreden. Dit was immers een statusverhogend object voor een wijk. Zand (Duinoord) won van veen (Bezuidenhout) en kreeg het Gymnasium Haganum.
Later ontstonden de typisch Haagse woonflats, met luxe appartementen en veel gemeenschappelijke voorzieningen (bv. hoek Zeestraat-Javastraat).
Veel oude stadsgezichten en kaarten illustreerden het verhaal van de heer Schmal, die hoewel geboren Rijswijker toch een warm applaus kreeg van de chauvinistische zandbewoners.
Daarna was het met een door de Bewonersorganisatie aangeboden glas en hapje nog goed napraten. Alleen al in de Monchy-flats zijn er de laatste tijd zo'n 1000 nieuwe Archipellers bij gekomen. Jammer dat ze er niet allemaal waren om wat aan hun inburgering te doen.

M.O.
(uit: A/W krant december 2003)

Toelichting voor belangstellenden
Titel proefschrift van Henk Schmal: Den Haag of 's-Gravenhage?
De 19de-eeuwse gordel, een zone gemodelleerd door zand en veen
Uitgeverij Matrijs 1995, ISBN 90-5345-071-8 (uitverkocht)

Eind 19de eeuw was voor iedereen duidelijk dat de residentie uit twee werelden bestond: het chique ' 's-Gravenhage', waar de aristocraten, industriëlen, hoge ambtenaren en militairen woonden; en het totaal afgezonderde 'Den Haag' van de middenstanders en arbeiders.
Sociaal geograaf Henk Schmal laat in dit boek zien dat de residentie een unieke ruimtelijke ontwikkeling heeft doorgemaakt. Bij de aanleg van de 19de-eeuwse wijken liet men zich sterk leiden door het onderscheid tussen zand- en veengrond: de 'zandzijde' bleek aantrekkelijk als woongebied voor meer vermogenden, de 'veenzijde' voor industriële activiteiten en de huisvesting van arbeiders.
Tussen 1900 en 1940 veranderde het karakter van de 19de-eeuwse gordel. Dit boek laat zien dat die verandering per wijk verschilde. Enkele case-studies over individuele straten of delen daarvan (Atjehstraat, Bankastraat, Heemskerckstraat, Hobbemastraat, Kemperstraat en Weimarstraat) laten zien dat de ontwikkelingen van straat tot straat anders konden zijn. Woonhuizen werden winkel of kantoor, of kregen totaal anderssoortige bewoners.
Maar het grote onderscheid bleef bestaan: het onderscheid tussen Den Haag en 's-Gravenhage.

  terug naar boven